Een van de eerste dingen die we een paar jaar geleden deden, was een hek plaatsen op de plek waar de moestuin zou komen. De veelheid aan wilde zwijnen en reeën in de vallei maakte dat we die bescherming van onze toekomstige gewassen direct op orde wilden maken.
So far so good. We begonnen met moestuinieren.
Afgelopen week werden we wakker en maakten een rondje over het land. Daar kregen we een groot raadsel voorgeschoteld. In de moestuin was er flink gewoeld en het was zeker geen woelmuis. Grote pootafdrukken verwezen naar een ander gevaarte. Als eerste controleerden we het hek: nergens een doorgang te bekennen, nergens was eronderdoor gegraven en het toegangshek stond rechtop voor de opening. Hoe dan?
Na een ronde door de moestuin viel de schade mee. Er leek alleen flink gewroet te zijn op de paden. Grote kluiten kweekgras lagen over meters verspreid over het paadje en hier en daar een dieper gat. Het bleef me puzzelen. Kan een zwijn springen over een hek van één meter twintig? Kan een zwijn klimmen over de palletwanden van de composthoop? Kan een zwijn door een spleet in het losstaande hek komen, zonder dat het hek valt? Alle opties lijken vrij bizar. Volgens ChatGPT kan het allemaal waar zijn als het een atletisch zwijn is. We krijgen er de slappe lach van dat er op Lameira een Adonis-zwijn rondloopt dat zich, onder het gejoel van de vrouwtjes, uitslooft om de moestuin te bereiken. Hoe dan ook, het raadsel blijft.
We laten het rusten en een dag later ga ik in de moestuin aan de gang om de schade weer te herstellen. De grond is mooi losgemaakt, dus pluk ik heel gemakkelijk grote klompen kweekgras weg. Het is onze grootste plaaggeest in de moestuin, dit kweekgras. Al werkend met mijn handen in de aarde voel ik me meer en meer verbonden. Met mezelf, met de tuin en met het grotere. Ik vraag me af hoe dat werkt. We beschouwen de wilde zwijnen direct al als een vijand die onze oogst zal bedreigen en plaatsen hekken. Nu is er toch een Adonis binnengekomen en heeft hij vooral geholpen om de kweekgraspaden schoon te maken. De tomaten zijn ongemoeid gelaten, de courgettes ook, de struikjes met frambozen, de aardbeien en heel veel meer is niet aangeraakt. Ik besluit een ander verhaal te maken dan alleen het verhaal waarin de zwijnen de vijand zijn. Ik besluit dat ik dit speciale zwijn dankbaar ben voor deze actie en pluk nog even verder in de tuin. Met een glimlach besluit ik toch ook dat het toegangshek steviger mag, want als dit macho zwijn nog een keer terugkomt om de vrouwtjes te imponeren, dan weet ik niet of hij zich kan inhouden met de pompoenen in wording.
Wat wel duidelijk is: alles gaat over balans. We leven als mens op aarde, samen met alle dieren en samen met alles wat bloeit en groeit. In een gebalanceerde staat is alles verbonden en is er plek voor iedereen. We maken verhalen die ons afzonderen. Verhalen die gaan over wij versus zij. En als we bereid zijn om ook andere verhalen te maken, dan weet ik dat we anders kunnen leven met elkaar.


