Twijffelkonterij

Twijfels over van alles en nog wat en vooral over mijzelf. Ik ken het al mijn hele leven. Vaak verschuil ik me dan een beetje achter het feit dat mijn astrologisch geboorteteken een weegschaal is en dat ik dus altijd op zoek ben naar balans. Overigens is dit ook waar. Balanceren vraagt om een continue beweging. Balans ontstaat door steeds als een acrobaat op een eenwieler te bewegen en bij te sturen. Maar door de jaren heen heb ik heel veel meer geleerd over twijfelkonterij en zelfliefde.

Inmiddels weet ik dat het durven twijfelen ook betekent dat ik vragen durf te stellen. Ik durf dat wat vastigheid geeft te bevragen om te weten te komen of het in de diepte nog wel klopt. Dit te doen, weet ik nu, vraagt moed. Het onderzoeken van mijn eigen gecreëerde waarheden bewust op losse schroeven durven zetten en de eventuele stappen en bijbehorende consequenties nemen, maakt dat ik me steeds meer bevrijd voel van allerlei knellende banden.

Deze banden bestaan op allerlei lagen en zijn ook op zichzelf weer gelaagd. In oude notitieboekjes kom ik soms inzichten tegen als grote aha-momenten die ik ook nu dan weer kan gebruiken. De eerste keren dat me dat overkwam, zat ik mezelf op de kop. Hoe kan het nou dat iets wat ik tien jaar geleden al doorhad bij mezelf nu nog steeds een issue is? Dat komt door die gelaagdheid en doordat leren een cyclisch en geen lineair proces is. Zelfontwikkeling brengt je niet van A naar B(eter), maar brengt je in een spiraalbeweging rondom jouw eigen kern, waarbij je soms ver weg lijkt te bewegen van je eigen kern en dan net als in het labyrint, ineens dichtbij blijkt te zijn. Het verruimen van mijn bewustzijn is niet zweverig maar zorgt er juist voor dat ik steeds meer en beter op de aarde aanwezig kan zijn. De verbinding tussen hemel en aarde als grote polariteit vraagt niet om of in de hemel te zweven of in de modder te ploeteren, nee, het vraagt om mijn bereik zo te vergroten dat ik steeds verder kan reiken in de hemel en tegelijk steeds grootser durf te leven op aarde. Heerlijk klei aan de voeten, hart vervuld, wind door de haren en ogen tussen de sterren.

Toch moet ik eerlijk bekennen dat ik er soms weer even helemaal in zit, in die twijfel. Deze tijd is daar trouwens ook bij uitstek geschikt voor. Allerlei oude waarheden worden aan het kantelen gebracht. Niets buiten mijzelf lijkt nog zekerheid te garanderen. Inkomen, werk, waar ik woon, relaties met anderen, geloofssystemen, financiële systemen, guru’s en nog veel meer zogenaamde instituten blijken vaak uitgewerkt. Deze tijd werpt ons allen terug op het fundament in onszelf en in het besef dat ik dan wel vrije wil heb om te kiezen wat ik wil maar dat er ook een levenspad voor mij ligt dat helemaal niet zo vrij is. Dit levenspad noem ik mijn zielenpad. Deze onzichtbare weg is alleen voelbaar te volgen en wordt vooral ervaren als ik letterlijk even van het “padje” ben. Het leven laat mij iedere keer weer ervaren wat het betekent om een afslag te nemen die niet hoort bij de door mij te volgen weg. Niet dat het leven dan straft of zo, want dat is oud kerkelijk gedachtegoed. Nee, het leven helpt mij om mijn intuïtie, mijn innerlijk kompas zo afgestemd te krijgen dat ik een helder weten ontwikkel over dat wat ik hier te doen heb. Ja ik weet, dit is allemaal niet lekker tastbaar en concreet, maar wel waar.

En toch zoals gezegd duikt soms de twijfel weer op. In de Coronatijd is mijn inkomen als zzp’er regelmatig onder druk gezet. Mijn spaarpotje had ik leuk geïnvesteerd in een stukje grond in Portugal, want die banken doen er vaak alleen dingen mee die mijn ethisch kompas niet fijn vindt en bovendien twijfel ik ernstig of ons huidige geldsysteem wel blijft bestaan. Dus liever grond met groenten dan geld op de bank voor de wapenindustrie. En tegelijk leef ik nog wel in een wereld waar de huur, verzekeringen, gas en licht betaald moeten worden. Dus op de een of andere manier is het voorzien in deze middelen nog wel een dingetje.

Zo kwam ik in contact met een heel aardige man van een bureau dat zich bezighoudt met maatwerktrajecten rondom ontwikkeling binnen grote organisaties. We hadden een erg leuk gesprek en hij stelde me prachtige vragen. Het ging over hun en mijn kernkwaliteiten, focus op individu en/of collectief, over leeftijd, ervaring en nog veel meer. Hij noemde op enig moment de ‘topsport’ die ik aan het bedrijven ben door de manier waarop ik werk. Hij vertelde dat hij op mijn leeftijd een keuze had gemaakt om te gaan oogsten. Hij was vooral nog aan het netwerken en bezig op strategisch niveau om projecten te begeleiden. Dit alles vanuit de rol als medevennoot van die organisatie. Hier ergens gebeurde het wat ik goed ken. Ik voelde me langzaamaan kleiner worden. Vragen en oordelen over mijzelf schoten door mijn hoofd: “Wat ben ik toch eigenlijk een prutser!”, “Kijk nou, wat heb ik dan bereikt?”, “Hoezo oogsten en netwerk?”, etc. Niets van dit alles kwam overigens van de kant van mijn gesprekspartner. Hij erkende juist mijn enorme ervaring en vroeg zich hardop af hoe ik zou kunnen gaan oogsten. Hij zag ook wel in met wat ik hem vertelde, dat het niet mijn ambitie is om te werken op een grote klus voor 32 uur in de week. Een dergelijke klus bood hij me overigens zo aan. “Nee”, beaamde ik, “dat is niks meer voor mij”. We sloten het gesprek af met het idee om er beiden nog eens op te kauwen en dan later er op terug te komen.

Vervolgens was mijn ego er een paar uurtjes druk mee, maar toen sijpelde er steeds nadrukkelijker door waar deze ontmoeting over ging. De zin die hij uitsprak over het oogsten was blijven hangen. Wat ging ik oogsten vroeg ik me af. Bovendien je kunt alleen oogsten als je gezaaid, lees geïnvesteerd hebt. Waar had ik dit dan gedaan? Welke oogst was afkomstig uit mijn boomgaard en groentetuin? Het bracht me terug naar mijn werk en carrière van afgelopen jaren. Banen die me rechtstreeks het management team in hadden geleid, had ik afgeslagen. Lease auto’s en een hoger salaris waren ook al geen goede lokkertjes gebleken. Samenwerking met anderen in eigen VOF constructies waren levensvatbaar geweest tot aan de pubertijd van die samenwerking. Netwerken om contacten te hebben voor later, ik wist me er geen raad mee. Eigenlijk was het vrij simpel waar ik op uit kwam. Alles wat ik geïnvesteerd had, was in mijn eigen ontwikkeling. De weg was naar binnen in plaats van naar buiten gericht. Ik had mezelf menigmaal door de ‘wasstraat’ gehaald om nog meer zicht te krijgen op krassen en deukjes in de lak. Ook onder de motorkap van mijn eigen fysieke lijf had ik veel gedaan aan onderhoud. Dit alles om mijn ‘ziel’ een goed voertuig te geven.

Had deze, naar binnen gerichte focus, me dan als een navelstaarder laten rond zwabberen? Nee, dat geloof ik niet. In dat wat ik aan activiteiten ontplooi neem ik altijd de verbinding met mijn omgeving mee. Ik ben er van overtuigd geraakt dat als ik zorg dat ik mezelf vrij maak van knellende banden, beperkende overtuigingen en andere vernauwing, ik uiteindelijk ook beter mijn werk kan doen. In het begeleiden van anderen is het noodzakelijk dat ik durf te twijfelen aan iedere zogenaamde waarheid. Dat wat universeel WAAR is kan dan namelijk tevoorschijn komen. Kortom mijn oogsten kan zich niet anders dan richten op alles wat ik geleerd en ervaren heb op het gebied van het verruimen van bewustzijn. Nogmaals niet om op die wolk in de hemel te komen maar juist om vol het leven te kunnen leven!

Met veel inspiratie ben ik dan ook aan de slag gegaan met een plan wat al lang op de schap ligt. Een opleiding waarin alles kan samenvallen: Systemisch Werken, NLP, Karakterstructuren, Kundalini Yoga, Lichaamswerk, Soundhealing en Meditatie. De contouren zijn al goed zichtbaar voor mij en de inspiratie is heel groot als ik er mee bezig ben. Passend bij deze tijd, online in verbinding met de focus op het ontsluieren van ons oneindig potentieel. Ik zet me in om een hulpmiddel te creëren bij het lopen van jouw labyrint op weg naar thuis komen bij jezelf. En ik? De oogsttijd is gekomen en het brengt me een voldaan gevoel.

Vol-ledig leven – deel 2

En dan terug op Lameira, deze vallei bij Pé da Serra. Het landje heeft ons gemist. De moestuin is enorm gegroeid met groenten en heel veel onkruid. De grond is nu al erg droog. Er viel lang geen regen waar het normaal gesproken dat wel doet in deze maanden. Het huisje wacht geduldig op de volgende stap in het bouwprocces. Stucen van de muren is het meest in het oog springende grote project dat nodig is. 

De eerste dagen komen we moeizaam op gang. We zijn vooral moe. De dagelijkse zaken die hier off-grid nu eenmaal meer energie vragen, kunnen we nog net doen. Boodschappen voor een week, water halen in jerrycans boven op de berg bij de bron en onderhoud aan auto en aggregaat. De dagen zijn snel gevuld en vliegen voorbij. 

In mij worden steeds meer stemmetjes actief. Oude stemmen die zeggen dat ik meer moet doen in de tijd die ik er ben, stemmen die zeggen dat het niet goed genoeg is, stemmen die vragen waarom ik dit nou zo’n paradijsje blijf noemen, vragen over hoe nu verder, Han in Portugal ik heen en weer, is dat echt wat ik wil? Ik kom er niet direct uit en draai rondjes in deze niet zo vrolijke carrousel. Ik ontmoet mezelf weer in een leegte die ik lang niet heb gevoeld en ook daar weten deze stemmen wel raad mee. “Dit had je toch al lang doorgewerkt deze soap, je weet toch hoe het zit, waarom doe je het dan, je hebt toch genoeg tools in handen om eruit te komen?! Doe dan yoga, mediteer, verbind je met je hogere Zelf” enzovoort. Ik bezwijk bijna onder de druk. Het lukt me om niet in mijn valkuil van veel gaan doen te trappen. Ik luister naar mijn lijf en slaap best veel. Ik ben in mijn eigen wereldje en af en toe houd ik het niet meer en gaat er een golfje van projectie en ander gedoe in de richting van Han. Hij zoekt ook zijn weg weer en bereidt zich voor op de periode dat hij hier weer alleen zal zijn. Zo dobberen we allebei rond in ons eigen soepje. 

We brengen veel tijd buiten door in de moestuin en op de rest van het landje. We wandelen wat en ontdekken nieuwe mooie plekjes op loopafstand. We koken lekkere gezonde maaltijden met veel groenten en hier en daar ook al uit eigen tuin, we zoeken vrienden op, we lummelen rond en maken plannen. Helemaal niets mis mee natuurlijk, maar toch. In mij knaagt het door. 

Eind april vorig jaar zijn we begonnen en er is waanzinnig veel gedaan én er moet ook nog heel veel gebeuren. De creator in mij heeft heel veel plannen, meer dan ik tijd en ruimte heb om het uit te voeren. Ik realiseer me dat de eerste adrenaline stoten veel hebben opgeleverd maar dat er nu ook iets anders is vereist. Ik merk dat mijn innerlijke druk oploopt. Mijn leven in Arnhem is gevuld en met name mijn werk hoopt zich op omdat ik regelmatig ook bezig ben op Lameira. Na de Coronatijd waarin ook zoveel stil viel, loop ik over van zin in het organiseren van allerlei workshops en andere activiteiten. Ook de trainingen in het bedrijfsleven trekken weer aan en vragen veel van mijn planning skills (die ik overigens niet perse in mijn geboortepakketje meegeleverd heb gekregen). Ik weet dat ik een prachtig en uniek leven heb en ik merk dat ik mezelf soms te slecht begrens. 

Ook hier stuit ik op het oude stuk van me niet goed genoeg voelen. Ja hoe vaak kan je in een mensenleven afpellen tot je echt in de pit van zo’n thema bent. Ik realiseer me dat ik liever compleet ben, dan perfect. Ik glimlach want ik roep zo vaak tegen anderen dat perfect zijn zo saai is. Je kunt het in de ogen van de ander zo gemakkelijk herkennen en er dan toch zelf ook weer met open ogen intuinen. 

Ik weet dat het nodig is om het niet alleen te zien en te weten, maar ook te voelen in mijn hele lijf. Goh wat heb ik het nodig om mijn lijf te voelen. Ik ga naar mijn favoriete plekje bij de rivier onderaan ons landje. De eerste kennismaking met haar water beneemt me de adem. Ongelofelijk wat is dit koud. Mijn voeten doen pijn van de kou. Han moedigt me aan vanaf de kant en zegt te blijven ademen. Iets met stuurlui en de wal, knipoog ik. Het is dat ik mezelf ook al heb ingezeept anders was ik waarschijnlijk niet doorgelopen naar het diepere deel. Het lukt me om heel even onder te gaan. Terug op de kant wordt ik liefdevol opgevangen met een open handdoek. Mijn lijf tintelt heerlijk. Oh wat is dit nodig om weer aan te komen bij mij zelf. 

De dagen daarna ga ik steeds ietsje langer in het koude water. In mijzelf vraag ik de rivier om mijn lijf te omringen en mijn gepieker weg te spoelen. Zelf heb ik genoeg te doen met het doorademen. Steeds meer zak ik in mijn lijf. Ik voel een leegte die ik lang heb weten te vermijden. Hier in deze leegte is tegelijk ook mijn thuis. Hier in die leegte voel ik ook mijn pijn. 

Opeens realiseer ik me dat het soms ook best even niet leuk mag zijn op Lameira. Dit grote avontuur laat me jubelen maar brengt ook andere zaken met zich mee. Omdat ik mezelf zo’n bofkont vind met dit leven lijk ik mezelf soms niet toe te staan om ook de andere kant van deze medaille te nemen. Ja het leven is hier soms ook hard. Het is hard werken, ik spreek de taal nog amper, ik wil veel en dat kost ook centen die niet in goudpotten verstopt zitten in deze vallei. Ik slaak een zucht. Oh ja, de ervaringen op deze prachtige aarde zijn duaal. Er is dag en nacht, er is licht en donker, er is man en vrouw, er is jubelen en er is somberen. Het volledig aannemen van deze beide kanten maakt het compleet. Het gaat er dan vooral over dat ik blijf verbinden. Niet of het een of het ander maar en het een en het ander. Het Lemniscaat, de liggende acht,  het symbool van oneindigheid laat zien hoe beweging verbindt. Niet door aan de ene kant van de acht te zijn óf aan de andere kant maar door in beweging te zijn en zo te verbinden. Ik word compleet als ik alles wat ik tegenkom in mijzelf weer kan connecten.  Vol en leeg, jubelen en somberen, rust en drukte, hoofd en hart, Portugal en Nederland. 

Als ik einde van de dag weer in de koude rivier ben voel ik hoe mijn handen ronddraaiende bewegingen maken in het water. Als vanzelf voel ik dat ik achtjes draai met mijn handen in het water. Ik voel mijn volle zijn, ik voel mijn leegte. Ik voel me vol-ledig. 

Vol-ledig leven – deel 1

Op 10 januari vloog Han met me terug vanuit Lissabon naar Arnhem. Het vele klussen en de tijd alleen was even genoeg geweest. Hij was toe aan vakantie zoals hij zelf zei. In Arnhem wachtte mijn werk en ons fijne huis in het Spijkerkwartier.

Er was ook tijd voor familie en vrienden en we werden allebei ziek. De tijd vloog voorbij en voor we het zelf goed en wel in de gaten hadden stond onze reis terug al weer geboekt. 

Donderdag 17 februari zouden we vliegen. Het liep anders. Die dag was er storm op komst. We zaten te wachten op CS Arnhem toen de omroeper eerst omriep dat alle spoorverkeer van Utrecht naar Amsterdam was gestremd door een kapotte bovenleiding. Mooi dat we via Eindhoven vliegen, zeiden we. Dit zinnetje herhaalde zich nog een keer toen we hoorde van een oponthoud tussen Arnhem en Oberhausen. Even later gleed de trein naar ‘s-Hertogenbosch het station binnen. Han sleepte zijn forse koffer naar binnen en ik mijn handbagage voor twee weken Portugal. 

Daar gingen we tot vlak voor station ‘s-Hertogenbosch CS. Zoals wel vaker het geval is, riep de conducteur om dat we even moesten wachten voor we het station binnen konden rijden. Het wachten duurde best lang. De conducteur kwam weer over de speaker en vertelde ons van een kapotte bovenleiding bij Druten waardoor er geen stroom meer was op het station voor ons. Het was wachten op het volgende bericht. Drie kwartier stonden we stil. Ondertussen naar alternatieve manieren zoekend om ons vliegtuig te halen. Een paar berichtjes naar mensen of ze toevallig door Brabant reden, een hoop gezoek naar bussen, treinen en ander vervoer. Na enige tijd klonk de conducteur weer en hij vertelde ons dat we teruggingen naar Nijmegen. Op de terugweg zou de trein op ieder passerend stationnetje stoppen. We besloten er zo snel mogelijk uit te gaan. Het werd ‘s-Hertogenbosch Oost. Ondertussen belde mijn broer, spraken we een conducteur en liepen we richting de bussen. Mijn broer bood aan direct vanuit Velp bij Arnhem in de auto te springen en naar ons toe te komen om ons door te brengen naar Eindhoven. En zo deed deze schat dat dan ook. Wij sprongen in een bus naar het centraal station en toen door in een andere bus in de richting van de A2. Opgelucht stapten we om klokslag drie uur bij Eindhoven AirPort uit de auto. Een laatste dikke knuffel en zwaai zwaai. 

Een paar minuten later zagen we dat de desk om in te checken net drie minuten daarvoor was gesloten. De eerste nee, maar voorlopig niet de laatste was gescoord. Er volgden er het komende uur nog een paar. We kregen met veel gepraat nog wel onze boardingpas, maar een dame met haar hart op slot weigerde de koffer van Han door te laten bij de bagagecheck. Na de nodige discussies en eindeloze regels en procedures herhalend, werd de NEE steeds luider. Terug naar de servicebalie. Ook daar weer nee. Het ging niet meer lukken om met de vlucht van 15.40 uur mee te gaan. Zelfs niet toen bleek dat hij later zou vertrekken. Ook van omboeken was geen sprake. 

Alle pech en stress van onderweg kon ik alleen nog maar ontladen in een leegte en wat tranen. 

We werden weggestuurd met de boodschap dat we het beste zelf konden zoeken naar een vlucht want alles was vol, schreeuwend duur of naar de verkeerde stad. We besloten tot een bak koffie en even bijtanken. Echter er kwam nog een nee, want ja geen qr-code was geen koffie aan een tafeltje bij Starbucks, pufff. 

Ik tikte een berichtje naar mijn broer dat we niet in de lucht waren en deze lieverd draaide om bij Nijmegen, terug naar ons. Zijn elektrische kar moest nog wel even aan de stroom en ook de file hield hem nog wat langer op. Treinen terug gingen nog steeds niet. We eindigden de avond met een vette bek (patat) op de bank in Arnhem. 

De nacht was onrustig en we lagen beiden te woelen. Wat had deze ervaring ons te zeggen? Een van de belangrijkste dingen die we ontdekten is dat het lijkt of de (mede)menselijkheid steeds meer verstopt raakt achter regels, procedures en de angst om die niet te volgen. Hoe komt het toch dat mensen hun autonomie zo gemakkelijk lijken op te geven vragen we ons af. Daarnaast vonden we het heel pijnlijk dat  er niemand begrip toonde door iets te empathisch te zeggen. Het had de harde Nee! Wat zachter gemaakt. We vragen ons af wat voor ons de beste reactie is in een dergelijke situatie, want ja de ander kunnen wij niet veranderen. We komen er op uit dat we hoe dan ook zelf wel ons hart open willen blijven houden ook al doet de ander nog zo onaangenaam. Wel is het belangrijk om dit te doen vanuit een eigen heilige ruimte. De grenzen van die ruimte mogen stevig zijn, zodat de ander weet en voelt dat de onaardigheid afglijdt langs de randen van onze heilige bubbel. 

De vrijdagochtend na deze nacht was er nog meer storm en we kozen een nieuwe vlucht in alle vroegte op de zondag. Weer een andere lieve engel bracht ons in het holst van de nacht naar Eindhoven! Zondagmorgen stonden we na de vlucht en een busrit weer in Castelo Branco. 

Ik schrijf deze lange versie en aanloop op omdat het van wezenlijk belang was bij alles wat we leerden. 

Ik leerde dat als mensen hun hart gesloten houden, ik mijn verwachting dat als ik echt contact maak ze wel weer openen, niet perse waar hoeft te zijn. Met andere woorden, mijn hart openen mag zonder verwachting van wat de ander doet. Ik leerde ook voor de zoveelste keer hoe belangrijk het is om op een vliegveld en op andere drukke en stressvolle plekken bij mezelf te blijven. Ik was het weer even vergeten en liep energetisch helemaal leeg. We leerden samen hoe goed we in verbinding kunnen blijven met elkaar en naast elkaar kunnen blijven staan in een hectische omgeving. We hebben ook gemerkt hoe fijn het is om in een relatie niet in de valkuil van de ‘ja maar als jij’-projecties te komen. We waren in staat om de ander te blijven zien en steunen. Wauw dat was fijn!

Dit avontuur en mijn inzichten rondom vol-ledig leven worden vervolgd, morgen weer een blog. 

Voeten in de aarde

Het is kerstavond en na een reis met een grote diversiteit aan transport, auto, vliegtuig, metro, bus, auto, zet ik mijn voeten neer op de aarde van Lameira. Ik zet twee stappen in de donkere avond en hoor en voel een sterk zuigende kracht. Ik word met beide voeten de klei ingezogen. Er is geen ontsnappen mogelijk, er wordt me gelijk duidelijk gemaakt waar het hier onderaan de berg over gaat, aarden! De afgelopen weken waren gevuld en hectisch. Er waren behoorlijk wat werkklussen, mijn hoofd was regelmatig gevuld met zorgen over een zieke zoon en zieke kat, de nieuwe website die aandacht vraagt, allerlei online meetings zo voor het einde van het jaar, familiefeestjes rond Sint en Kerst en 1001 andere zaken waar mijn mind overuren meemaakte. Ik herken dit wel van mezelf en zie ook hoe ik worstel om hierin in mijn stille midden te komen en te blijven. De yogalessen die ik geef in deze laatste weken van het jaar stel ik in het teken van verstilling vanuit het hart. Er zijn veel meer mensen merk ik die in deze tijd van het jaar zich wat overvraagd voelen in de veelheid van activiteiten en de gekunstelde druk om af te willen ronden voor het einde van het jaar. Wat is dat toch dat we tegen de natuurlijke stroom van de natuur in zwemmen. Alles in de natuur verstild in de wintertijd. Op Lameira is het voelbaar en zichtbaar. De laatste kweeperen hangen aan de boom weg te rotten, de kleuren zijn donkerder en meer versluierd en alles staat even on hold. Soppend en met dikke kleiklonten onder mijn laarzen maak ik mijn entree. Ons huisje is inmiddels meer geïsoleerd door het onverminderd harde klussen van Han en ook de houtkachel helpt ons om tijdens de koudere avond warm te blijven. Het laatste uur van Kerstavond wordt gevierd met nootjes en een drankje. De volgende ochtend is regenachtig en de naam Lameira 😊 aarde en water = modder) is overduidelijk.

Hier stopte mijn schrijven en vandaag pak ik het weer op. Het is 10 januari 2022 en de weken zijn voorbij gevlogen. Voor het eerst sinds negen maanden reis ik samen met Han terug naar Nederland. Na al die maanden verbouwen is het tijd om even met afstand te kijken en voelen voor de volgende stap. Voor mij ligt het anders. Ik ben wat gewend geraakt om me los te scheuren en heen en weer te reizen tussen mijn leven in Nederland en Portugal. Wat scheelt is dat ik voor nu even geen afscheid hoef te nemen van Han. Steeds beter leer ik om de uitersten in mijn leven te verbinden. Het comfortabele, stadse leven in de matrix in Arnhem met het sobere leven in de rauwe natuur van Lameira, het leven op mezelf met Han op afstand en het samen leven, het werken met mensen en het bouwen aan onze droom, de stilte en de drukte, het fluiten van de vogels in de vallei en het verkeer over de Boulevard Heuvelink. Het verbinden van de uitersten vraagt een continue beweging van me. Steeds opnieuw afstemmen, voelen hoe ik me kan verhouden tot dat wat er is. Het voelt als het volgen van het Lemniscaat. Deze liggende acht die het oneindigheidsteken symboliseert en uitersten met elkaar kan verbinden. Ik mijmer nog wat over de flow van het leven. Al schommelend in de bus onderweg naar het vliegveld van Lissabon kan ik niet anders dan concluderen dat ik me heel dankbaar voel voor deze mogelijkheid in mijn leven. Ik leer om de stroom te volgen zonder dat ik hoef te weten waar dat op uitkomt. Zowel in Portugal door vrienden als ook in Nederland wordt me regelmatig gevraagd wanneer ik me dan definitief vestig in het land van aarde en water (Lameira). En steeds beter kan ik voelen dat ik die vraag niet hoef te beantwoorden vanuit mijn hoofd en ratio. Het enige wat ik hoef te doen is blijven verbinden en voelen wat de volgende stap is. Ik sluit even mijn ogen laat de zonnestralen nog diep binnenkomen, leg mijn hand op de knie van mijn lief en “all is good”.

Sunset & sunrise

Met een beetje weemoedig hart ben ik opgestaan. Ik scroll wat door de ‘socials’ en bekijk mijn eigen foto’s. 

Ineens zie ik het. 

Afgelopen zomer toen ik ruim zes weken in de vallei van Lameira, Pé da Serra was, maakte ik regelmatig een foto van de opgaande zon. Gezeten op het platje naast het huis, onder het genot van de eerste koffie, kroop dan de zon achter de berg vandaan. Iedere dag weer begroet door de warme stralen. 

Terug in Nederland maak ik regelmatig een foto van de ondergaande zon. Zittend op mijn hooggelegen stadsbalkon, met uitzicht op de Eusebius kerk genietend van de nazomer en de warme kleuren in de lucht. 

De opgaande en ondergaande zon herinneren me aan de cycli in de natuur. Alles kent een beweging, een ritme en een toon. De seizoenen, de maancycli, de getijden, de sterren, de bomen en planten, alles laat ons zien dat de stroom van leven gepaard gaat met dood en ook weer wedergeboorte. 

Ik zelf ben hier ook onderdeel van, alleen  lijkt het soms zo op de achtergrond te verdwijnen in het rumoer van de stad en een druk leven. Iedere vrouw kent in zichzelf een diepe verbinding met de cyclus van het leven. Het ‘in de maan zijn’, de menstruatie, de eisprong, oneindige hormoonschommelingen die deinen en stormen door het lijf. Het hoort bij ‘vrouw zijn’ en geeft ook een innerlijke structuur. Nu mijn maandelijkse periodes lijken af te nemen en vervangen worden door verrassingsaanvallen, realiseer ik me dat er ook weer een innerlijke structuur is verdwenen. Er valt niet meer te schuilen, geen excuses meer voor mijn buien. Als ik eerder moe en/of chagrijnig was dan kwam het vast door mijn naderende menstruatie, riep ik dan. Mijn broer noemde dat vroeger dan plagend een vaginale depressie. En als de ‘dijken’ gebroken waren dan vloeide er niet alleen bloed maar ook een hoop opgehoopte spanning en stress uit mijn lijf. Nu kan ik niet meer vast rekenen op een maandelijkse reminder en toch blijf ik diep verbonden aan de natuur. Het vraagt van me, om mezelf te herinneren aan de verbinding met de ritmes van het leven. 

Het loslaten van structuren is trouwens een thema dat sowieso prominent speelt. We verschuiven vanuit het Vissentijdperk naar de tijden van Waterman. Een grote verandering van een langdurige periode waarin patriarchale patronen getransformeerd mogen worden naar een herbalancering van mannelijke en vrouwelijke kwaliteiten in een ieder van ons. De oude hiërarchische machtsstructuren staan onder hevige spanning en stribbelen tegen. Echter er is geen ontkomen aan, we leven in veranderende tijden. Er is veel te zeggen en schrijven over de huidige tijd en dat wat allemaal zichtbaar wordt. Hoe dan ook Corona heeft ons allemaal uitgedaagd en uitgenodigd om onze vaste patronen te herzien. Waar sta ik voor? Wat vind ik belangrijk? Waar ontleen ik zekerheid aan? Welke structuren en systemen dienen nog wel en welke niet?

Voor mij staat vast dat het merendeel van de opgebouwde maatschappelijke structuren niet meer dienend zijn aan het ritme van de mens. Met allerlei kunst en vliegwerk hebben we geprobeerd onszelf en onze kinderen in te passen in systemen die knellen en kraken. De vraag is durven we los te laten en te vertrouwen op de verbinding met onze essentie? Hebben we het lef om structuren niet langer te gebruiken om ons te verschuilen en durven we in onze naaktheid op zoek te gaan naar wat ons dient? Het zijn grote vragen die beantwoord zullen moeten worden. 

Mijn eigen lijf laat zien hoe dat werkt. Een structuur die niet meer nodig is verdwijnt simpelweg. Ik kan vasthouden wat ik wil, maar een nieuwe cyclus vraagt wat anders. Durf jij de dood te omarmen, zodat er een wedergeboorte kan plaatsvinden? 

De uil roept

Al nachtenlang wordt ik wakker van de roep van een uil. De roep is helder en krachtig. Ik probeer te horen wat de uil me te vertellen heeft. 

De eerste nacht kan ik af en aan in contact zijn. Het voelt alsof ik dichterbij kom en dan weer teruggeworpen wordt op mezelf liggend in de tent. Steeds opnieuw voel ik een verlangen om gevoelsmatig de nabijheid van de uil te voelen. 

De nacht daarna wordt ik weer wakker door de de uil, het is rond drieën in de nacht. Het wakker worden brengt me in een staat van openheid. Ik zie ineens een aantal zaken in mijn leven super helder. Ik zie mijn patronen die me nog weghouden van mijn innerlijke vrede en ik zie de lijn met mijn voorouders. Het is kristalhelder waar nog koorden zitten die me weghouden van een vrij(er) leven. Niet veel later gaat mijn hoofd zich ermee bemoeien en worden de inzichten gekaapt door mijn mind. Nou die weet er wel raad mee. Er ontstaat een hoop gedoe in mijn hoofd. Als ik door heb wat er gebeurt voel ik een innerlijke glimlach opkomen. Wat een geweldig intern circus is mijn binnenwereld toch. De COVID maatregelen maken een bezoek aan het theater dan wel lastig en/of onmogelijk, mijn eigen voorstelling heeft alle vermaak in zich. Langzaam geef ik me over en laat de ‘verhalen’ weer los. Haast grinnikend val ik weer in slaap. De uil lacht vast een beetje mee over deze interventie van mijn ego. 

De derde nacht meldt de uil zich opnieuw. Al dagen ben ik bezig met de terugreis naar Nederland. Dit zal pas over tweeënhalve week zijn, dus ik baal en verdring dat ik hier mee bezig ben en toch plopt het steeds weer op. Ik word wakker van de uil en direct is er weer mijn gepuzzel over de terugreis. Een van de opties is dat ik alleen rijd met de auto en dat op zich is al een uitdaging voor me. Het is ver en intens om die afstand te overbruggen op een prettige manier. Ik weet dat deze derde nacht dat de uil me wakker roept, hij echt iets te melden heeft. Die uil is er, maar dat ik wakker wordt van zijn roep heeft betekenis. Ik grijp mijn telefoon en kijk of er bereik is. En ja, ook 4G support mijn onderzoekje. Ik zoek de betekenis van het totem dier uil op. Ik vind dat de uil gaat over het vermogen om te zien wat anderen niet zien, intuïtie. Het is het wezen van wijsheid. Uil is gelieerd aan de maan en aan vrijheid.  Ook hangt uil samen met de symbolische dood, een tijd van verandering. Ik sluit mijn ogen weer en stem af op de roepende uil. Ik word stil van binnen en luister. Het woord queeste komt op. De reis terug naar Nederland moet ik zien als een beproeving?! 

Dit woord resoneert nog dagen na. Allerlei dromen en flarden laten zich zien. Een deel van de beproeving heeft te maken met allerlei doorgegeven angsten. Mijn moeder is standaard bang als haar kinderen op reis zijn. Zelfs vroeger als we uit school zouden komen en mijn moeder hoorde een ziekenwagen dan dacht ze de vreselijkste scenario’s. Ze vertelde ook vaak een verhaal over haar moeder die in de oorlog uit Amsterdam met de fiets richting de Veluwe was gegaan om voedsel te vergaren. Ze wist niet precies wat er onderweg met haar moeder allemaal was gebeurd, maar het was niet best. Deze oude stromen zijn niet van mij, maar ze jagen wel hun schaduw door mij heen. In contact met de oude stromen vraagt om bewustzijn en doorademen. Adem in adem uit en let go. 

Ook de maatregelen in verschillende landen rondom COVID geven me wat stress. Het collectieve karma dat wereldwijd wordt uitgeleefd en hopelijk uitgewerkt heeft, ook zo zijn weerslag op mij. Regels, controles en consequenties roepen allereerst weerstand en rebellie in mij op. Ik wil het niet dit gedoe en voel veel innerlijk verzet. Het vraagt van mij om helemaal terug te gaan in mijzelf om te onderzoeken hoe ik los kan komen van de gerichtheid op de buitenwereld. Wat kan ik doen om de verantwoordelijkheid voor mijzelf te nemen en deze niet buiten mijzelf te leggen? Hoe kan ik gecentreerd blijven en trouw zijn aan mijn waardes en mijn innerlijk weten? Hoe kan ik me in mijzelf veilig voelen in een wereld waarin zo ingezet wordt op het creëren van angst?  Alleen al het stellen van de vragen, geeft me ruimte en helderheid. 

En dan heeft mijn ego nog een aloude vertrouwde troefkaart. Mijn persoonlijkheid heeft het vermogen om stoer te doen. Geen angsten toe te staan, maar gewoon erover heen stappen en weer door. Als het zich aandient moet ik lachen. Ik weet dat het niet meer kan op deze manier. Ik ben er best vaak ver mee gekomen hoor, dat wel. Maar nu is er iets anders nodig. Angsten wegduwen, negeren, mezelf groter en stoerder voordoen heeft geen zin. Aankijken en doorvoelen wat er is helpt wel. Tenslotte is ware moed dat ik mijn angsten voel, helemaal toelaat en  dan toch doe wat gevraagd wordt. Lef je leven is niet voor niets mijn motto. 

En dan nu, maandagochtend,  nog anderhalve week hier op Lameira. De zon is nog net achter de heuvels en schijnt al prachtige stralen omhoog. Ik voel innerlijke rust en vertrouwen. De natuur brengt me hier steeds opnieuw thuis bij mezelf. Wat ik ook doe, er is niets te vrezen. Het enige wat telt is dat ik de weg weet naar mijn hart. Daar is het portaal naar mijn weten en daar liggen al mijn antwoorden op mijn vragen. Adem in adem uit. 

Wat Lameira laat weten

We hebben de eerste mensen op Lameira mee laten genieten van deze bijzondere plek. Er is hard gewerkt, lekker gegeten, gelachen en er is veel geleerd. 

Al toen we voor de eerste keer de energie op deze plek voelden , kregen we contact met de verborgen kracht en het potentieel. We hadden het idee dat de rauwe en ongepolijste natuur een ieder onomwonden in contact zou brengen met de essentie. In alle puurheid, de naakte waarheid zou tonen. 

Het mooie is nu te merken dat het ook gebeurt. Natuurlijk ervaren we dit allereerst zelf. Geen escape op Lameira. Wat waar is wordt gepresenteerd, zonder strik en inpakpapier. En omdat er zo weinig afleiders zijn, kan het niet anders dan dat we de confrontatie aangaan met dat wat zich laat zien. Als vanzelf blijkt de natuur van Lameira een metafoor voor persoonlijke processen. De mensen die er zijn laten het ons zien. 
De alom woekerende bramen worden een uitnodiging om met liefde en doorzettingsvermogen te ontwarren. Iedere streng te herleiden tot de wortels om ze dan af te knippen zodat ze stoppen met woekeren. De kunst wordt geleerd om de grijpgrage stekels te blijven liefhebben en als vrienden te bejegenen. 
De broodoven nodigt uit als een baarmoeder. Iemand kruipt er helemaal in en herschikt alle stenen. Het resultaat is een gelikt, gelijkmatig vloertje waar brood en pizza gemakkelijk een plekje weten te vinden. 
De stenen van het land en uit de rivier vinden een nieuwe bestemming als versiering voor een lelijke betonnen paal. Uren en dagenlang wordt met liefde en geduld er een waar kunstwerk gepuzzeld. Daar waar stenen weer loslaten, worden ze opgeraapt en wordt opnieuw gekeken waar de bewuste stenen wel een plek kunnen vinden. De samenwerking tussen de twee vrouwen is aanvullend en harmonieus. 
Het riviertje geeft bedding aan de eerste tranen. Lameira raakt aan en maakt los wat zo lang bevroren was. Liefdevol neemt de stroom de tranen op om ze te laten vervloeien richting het dorp en verderop naar zee. 
Onze rol in dit geheel wordt ook steeds duidelijker. We hoeven niet erg hard te werken om allerlei processen van mensen te stimuleren. Het gebeurt van zelf. Het enig wat gevraagd wordt is onze aanwezigheid, onze holding van de ‘sacred space’, onze liefdevolle blik, een luisterend oor en soms een korte aanwijzing. 

Bijzonder is het om te merken dat de natuur juist in deze ruige versie zo mooi terugleidt naar het antwoord op de niet gestelde vragen. De mensen die er zijn hebben een natuurlijke roep gehoord die ze naar de vallei heeft gebracht. 
Ook wij leren in de aanwezigheid met anderen belangrijke dingen. Het afbakenen van onze eigen ruimte. Het geven van duidelijkheid over wanneer samen aan tafel en wanneer niet. Hoe de klussen die er zijn precies gevonden worden door de juiste persoon. Hoe we kunnen hoeden over het land, zonder te controleren en reguleren. En als laatste maar super belangrijk, hoe er een goede balans blijft tussen geven en nemen op allerlei gebied. 
Het lukt ons tot nu toe heel goed. Het voelt als een heel natuurlijke stroom die weinig bijsturing nodig heeft. We vertrouwen vooral dat Lameira door die mensen gevonden wordt die met sensitieve afstemming contact maken met dat wat gevraagd wordt. Als wij samen uit blijven stralen hoeveel liefde we voelen voor deze plek dan laat Lameira dát weten wat herkend wordt door iedereen die haar ontmoet. Schoonheid, serene stilte, kracht, pure natuur, het zijn de pijlers van deze unieke stek. We zijn ontzettend gezegend hier te mogen Zijn. 

Lameira als spiegel

Tweeëneenhalve week ben ik nu weer in Portugal. Toen ik begin mei na onze vuurdoop- weken terugvloog naar Nederland nam ik een kleurrijk beeld mee terug. De vallei en de omgeving waren gekleurd met allerlei bloemen. Alles was groen en het rook verrukkelijk. De lente liet de vogels fluiten, de bijen zoemen en alle knoppen ontluiken.

Toen ik op 18 juli voet aan de grond zette op de vlieghaven van Lissabon, kwam ik uit een drukke periode van werk en opleiding. De hectiek en het ritme in mijzelf lagen vele malen hoger dan de stilte en sereniteit van Lameira.

Het contrast was erg groot en overviel me totaal. Het heeft me twee weken gekost om te kunnen landen. Ik herkende mezelf even niet. Wat was er aan de hand? Ik zat op een prachtige plek, het weerzien met Han was superfijn, de vorderingen aan de bouw supertof, de fluitende vogels nog steeds enthousiast en toch kon ik niet aarden. Het heeft me behoorlijk gepuzzeld en beziggehouden.

Wat me wel opviel was dat mijn romantische herinnering uit het voorjaar, in een keer van het ‘bord’ was gewist. De natuur is dor en droog, de zon brandend en de wind blaast regelmatig als een föhn over onze hoofden. Het stof zit overal. Het gezoem van de bijen wordt overstemd door de vliegen die er een gewoonte van maken op elk plekje te landen op je lijf om te kriebelen. In de avond klinkt het gezoem van muggen en mijn lijf ziet er inmiddels gepokt en gemazeld uit door deze vrienden. In de eerste nachten zijn de wilde zwijnen dichtbij onze tent, ze maken me alert en gefascineerd. 

Mijn ritme was nog hoog en ik was bovendien ook helemaal klaar om lekker te klussen. Mijn frozen shoulder van afgelopen maanden was eindelijk ontdooid en ik voelde geen fysieke belemmering om los te gaan. Echter, een groot deel van de dag is het werkelijk niet te doen om te werken. Tien minuten klussen heeft hetzelfde effect als een dubbele bikram yogales. Het zweet gutst van je lijf, de adem wordt je benomen en je energie vloeit heel snel weg in een bodemloze put. Vooral de eerste dagen is het zo heet, dat ik echt word uitgedaagd. Mijn lijf roept siësta, maar mijn mind heeft allerlei andere ideeën. Kortom er wordt gevraagd om te luisteren naar mijn lijf en een paar tandjes terug te schakelen.

De fysieke kant is een aspect van deze ervaring en er is meer. Mijn nachten zijn soms onrustig door allerlei wilde dromen. Oud en nieuw worden in deze dromen tot een bijna niet te ontwarren net geknoopt. Ik vraag me af wat het me zeggen wil. Ik weet dat we met ons allen in een enorme transitie zitten. Het ‘oude’ werkt niet meer, maar het nieuwe is nog niet zo zichtbaar voor velen. De wereld lijkt meer en meer te polariseren. Gestuurd door angst komen hele groepen mensen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Wel of niet vaccineren lijkt een metafoor en wapen te zijn om bloot te leggen dat het ons (nog) niet lukt om elkaar te respecteren en te kijken hoe we kunnen blijven verbinden in plaats van te verharden. En onderwijl beweeg ik me tussen twee werelden, de stad in Nederland en de natuur van Lameira. Mijn hoofd weet dat ik dit ook graag naast elkaar wil laten bestaan. En het een én het ander, dus niet een of, of. In mijn huidige proces weet ik dat deze vraagstukken alleen kan beantwoorden vanuit mijn eigen interne onderzoek. Als ik intern niet meer polariseer, als ik intern geen strijd uitvecht, als ik intern verantwoording neem voor het pad van liefde in plaats de snelweg van angst dan kan ik bijdrage aan een wereld waarbinnen we de eenheid en de onderlinge verbinding kunnen vormgeven.

Vanochtend zag ik ineens de parallel. De natuur van Lamiera liet me in de lente haar schoonheid zien. Er is me gevraagd dit landje hier te hoeden en het lief te hebben. Dit betekent dat ik ook haar rauwe, ruige, minder toegankelijke kanten heb lief te hebben. Het is net als met onszelf. Zelfliefde gaat over het omarmen van alle aspecten van onszelf.  Niet alleen de mooie kanten, juist ook de schaduwkanten. Niet alleen alles waarmee we mooie sier maken, maar ook de ongepolijste kanten van ons zijn. We zijn pas heel en in verbinding als we dit volledig accepteren en integreren. Dan kan het licht stralen.

En ja inderdaad. Wat straalt Lameira. Ik luister nu naar haar ritme. Geniet van de koelte van de rivier. Mijmer bij de vallende sterren en de onbeschrijfelijke sterrenhemel. Creëer ruimte en rust door onder een olijfboom soms een tukje te doen. Sta op als de zon nog net niet op is en mediteer bij de eerste stralen van haar warmte. De uren die we werken zijn enorm productief en daarmee erg vervullend. We worden ingesloten door het dorp en vertroeteld met emmers vol peren, tomaten, aardappels, courgettes en sla direct van het land. Met handen en voeten hebben we een gesprek en we lachten onze tanden bloot, die zij overigens vaak niet meer hebben. Kortom, ik vier het Leven en voel me heel!

Het verlangen en het comfort

Afgelopen zondagavond ben ik als verrassing aangekomen bij Han op Lameira. Het is zijn verjaardag en met heel veel moeite is het me gelukt mijn mond niet voorbij te praten. Het is heerlijk om elkaar weer live te voelen en het is overweldigend om weer in de vallei te zijn. 

Afgelopen weken, maanden, speelde mijn leven zich grotendeels af in de stad. De stad die me altijd zoveel te geven had, voelt nu regelmatig als een opdringerige, drammende kleuter die aandacht wil. Steeds is er iets wat uitnodigt om me af te leiden. Altijd is er op de achtergrond geluid van verkeer en mensen. Lang heb ik de bruisende levendigheid geadoreerd en ben er vol ingegaan. Nu, weer in de armen van Lameira word ik me bewust van de enorme tegenstelling en moet ik gek genoeg ook enorm wennen. 

Hier klinkt er het ruisen van de wind, het stromen van de rivier en het ritselen van planten en bomen. De vogels fluiten onafgebroken en de hagedissen schieten dansend over de aarde en stenen. Het is heerlijk én ik raak ontregeld. 

Een autorit naar Eindhoven, de vlucht met vertraging, de stressvolle rit om de bus te kunnen halen, weer een autorit vanuit Castelo Branco en het laatste stuk lopen over de zandweg met rolkoffertje en rugzak laten me mezelf stoffig en plakkerig voelen. Ik realiseer me direct dat we geen stromend water hebben. Even een snelle douche is er niet bij. Comfort en vanzelfsprekendheid van basics is geen vast gegeven hier. 

Juist dat is nu ook wat het leven hier zo woest aantrekkelijk maakt. Voor ieder beetje comfort wordt een inspanning gevraagd. Het is iedere keer dan enorm verrijkend als er weer iets is gerealiseerd wat een beetje meer gemak of plezier geeft. Vanzelfsprekendheid wordt hier niet getolereerd. 

Dit gegeven vraagt van ons een bewuste inzet van materiaal en middelen. Net als een groot bewustzijn over wat nu werkelijk nodig is en wat dienend is aan de plek. 

Lameira leert me om over de grenzen te kijken van een comfortabel leven en laat me kennismaken met het pure, directe leven. 

Kijkend vanuit hier naar Nederland laat me nog meer zien hoe we met elkaar verstrikt zijn geraakt in de verleidingen van gemak. Zonder echt na te denken laten we ons lokken met zaken omdat het zo gemakkelijk lijkt. Een QR code, een mobieltje voor alles, spuitjes die beloftes van onsterfelijkheid suggereren, net genoeg vertier om niet echt te gaan protesteren. Kortom het aloude ‘geef ze brood en spelen’ is nog steeds een machtig middel om de massa te manipuleren in een door de machthebbers gewenste richting. 

Ook in Arnhem ben ik me hier bewust van en trek mijn eigen plan vanuit mijn eigen bubbel. Echter, er zit meer versluiering tussen het voelen van de essentie van de prachtige natuur om me heen en mijn eigen krachtige, stralende essentie. De verleiding van polariseren en ageren ligt bij wijze van spreken op iedere straathoek.  Het zijn interessante tijden waarin ik leer om het duale denken te omarmen in een veel grotere bedding van verbinding. 

Nu na enkele dagen op Lameira is het mij weer gelukt om de beide kanten bij elkaar te brengen. Er is niets mis met comfort én de pure natuur is ook een heerlijke leerschool. Beide in verbinding laten me de VOLledigheid van het leven ten volle ervaren. Dankbaar dat het leven me deze kans geeft en hoopvol voor een toekomst van eenheid en verbinding met ruimte en vrijheid voor onze True Nature. 

We zullen als hoeders van Lameira er voor waken om het comfort de toon te laten bepalen. Deze plek vraagt van ons om het open te houden voor de directe ervaring van de (eigen) natuur. We wensen deze ervaring te delen met vele anderen. 

Isolde, sleutel tot mijn toveres

Gisteren ben ik gekieteld naar aanleiding van mijn post. De bedoeling was vooral om naar buiten te komen met iets wat ik best spannend vind. Nu werd ik door een aantal mensen uitgedaagd om nog een stap extra te maken, namelijk het delen van een hoofdstuk uit mijn boek dat al zo lang onaf ligt. Goed, het boek heet niet voor niets Lef je leven! Met als ondertitel: van hartenmeisje naar hartstochtelijk leven. Op de foto zie je mij op de kleuterschool met carnaval. De fotograaf vroeg ons zo hoog mogelijk te springen, en dat deed ik. Veel leesplezier, het is de versie zoals ik het toen heb opgeschreven. 

Hoofdstuk 1

Isolde, sleutel tot mijn toveres

‘Isolde, Isolde, wie ben je en wat heb je mij te vertellen? Ik durf mijzelf te laten zien dankzij jou, dus alsjeblieft vertel je me jouw verhaal.’

‘Ik ben er, maar je hoort me nog te zachtjes. Heb geduld mijn kind, het is bijna zover.’

Het is augustus 2016. Ik ben met Han, mijn lief, vijftien dagen op Noord-Cyprus, het Turkse deel. We verblijven in het huis van een Engelse vriendin. Het is voor het eerst dat we zo intens en onafgebroken in elkaars nabijheid zijn. Vakantie blijkt al snel veel meer te zijn dan dat. Het is bloedheet op het eiland van Aphrodite en we vinden een ritme dat een antwoord geeft op dit klimaat. ’s Ochtends zijn we meestal erg vroeg op en zitten dan met de laptops voor onze neus te schrijven. Koffie, de ochtendbries, het ruisen van de zee en de prachtige omgeving geven focus en inspiratie. Later op de ochtend als de zon meer gaat prikken is het tijd om in de airco-auto te springen en wat rond te toeren. In de middag is een siësta vaak een prettig moment om wat te minnen of te slapen. Aan het einde van de middag lokt de zee om in de kabbelende golfjes te duiken en de avond leent zich voor een biertje en een heerlijk maal. Het uitluiden van de dag gebeurt onder een enorme sterrenzee. Het is de tijd van het jaar voor vallende sterren en we mogen dan ook regelmatig een wens doen. Het ritme en het samen zijn laat me de kracht van eenvoud ervaren. In het simpele leven komen we tot een enorme verdieping in ons contact. De liefde wijst de weg naar nieuwe inzichten, nieuwe ontdekkingen voor mijn boek, nieuwe paradigma’s voor het leven en vooral ook grote stappen in mijn ontwikkeling. Ik kom tot de conclusie dat dit geen vakantie is, dit is simpelweg Leven. Dit is waar het leven over gaat, in contact zijn met de essentie van mijzelf in relatie met en tot een ander of anderen.

Op een van de ochtenden begin ik al heel vroeg onrustig te worden in bed. Het is nieuwe maan er dringen zich ideeën op over wat ik moet doen om verder te kunnen komen in mijn boek. Ik heb het gevoel dat mijn voorouders aan me duwen en trekken en vooral de linkerkant van mijn lijf wordt gepushed. Zijn het de vrouwen uit mijn familielijn die zich nadrukkelijk melden? Ik weet het niet, maar besluit uit bed te gaan. De klok geeft vijf uur vijftien aan, de zon komt net op. Ik voel me wakker en actief. Ik loop naar beneden, zet een kop koffie, drink een sloot water en besluit dat het tijd is voor research. Ik moet de vrouwenlijnen uit mijn systeem in kaart brengen. Thuis liggen allerlei geneogrammen waarin mijn bloedlijnen zijn weergegeven, maar nu gaat het echt om de vrouwen. Via het net kom ik op een site waar ik via de bestanden van de Burgelijke Stand kan speuren. De vrouwenlijn achter mijn vader laat zich redelijk snel vinden. Ik heb wel focus nodig om steeds de lijn van de stammoeder te volgen. Want vrouwen houden immers niet hun eigen naam. Ik realiseer met dat dit best vreemd is, een stamvader is om deze reden veel gemakkelijker te volgen. Je volgt steeds de familienaam en kunt zo gemakkelijk terug in de lijn. De vrouwen achter mijn vader hebben een bepaalde overeenkomst. Ze hebben allemaal geleefd in het katholieke Huissen en werden meestal oud. 86 jaar worden in 1800 lijkt mij getuigen van een sterk en gezond lijf. Mijn verbazing is groot als ik afstem op de mannen naast deze vrouwen. Vele stierven jong. Vaak staat er bij de vrouw een beroep genoemd als arbeidster of dienstmeid en bij de mannen soms niets. Ik weet niet goed wat het betekent, wel voel ik de disbalans in ‘kracht’ bij de mannen en de vrouwen. De mannen lijken wat afwezig te zijn. De vrouwen hebben veelal veel kinderen gekregen. De katholieke kerk liet waarschijnlijk haar invloed hierop goed gelden. Even zo vaak werden er ook veel kinderen jong verloren. Bij een van mijn voormoeders vind ik een dochter met de naam Hendrina Bierman. Drie keer wordt er een dochter met deze naam aangeven bij de gemeente en alle drie sterven ze voor hun eerste levensjaar. Ik voel een zwaarte als ik contact maak met het verlies wat zo zichtbaar wordt vanuit de geboorte- en overlijdensbestanden.

Als ik naar de vrouwenlijn van mijn moeder schakel, gebeurt er iets vreemds. Direct al kan ik mijn oma, die ik nooit gekend heb, maar waar ik naar vernoemd ben, niet vinden. Via haar zus, die wel opduikt in de systemen kom ik bij mijn overgrootmoeder. Van daaruit zoek ik verder. Het gaat moeizaam en er overvalt mij een enorme benauwdheid. Wat ik kan vinden aan familieleden bevindt zich allemaal in de contreien van Zevenaar, de Liemers. Een streek niet ver van mijn woonplaats Arnhem, waar ik op de een of andere manier altijd aversie tegen voel. Mijn ex-man had er ooit een kroeg en ook daar draag ik geen goede herinneringen aan. Bizar te merken hoe mijn zoektocht nu, eerder al door verschillende richtingaanwijzers blijkt te zijn gemarkeerd. Mijn research op het net loopt vast bij Garritje, Garritjen, Gerrtitjen Luuks, Leunks, Luenks of Leunk. Zelfs haar naam wordt niet helder, steeds anders geschreven. Haar man Jan Veltman geeft gelukkig minder risico op schrijfvarianten en geeft mij dus iedere keer houvast om nog flarden op te pikken. Garritje en Jan zijn de ouders van Hendrika Katrina Veltman die haar plek heeft in mijn voorouderlijke lijn, een van mijn voorouders. Zij is ook beschreven als Hendrina Catharina Veltman, zij werd slechts 32 jaar oud. Het laatste spoor wat ik kan vinden leid me naar Zutphen. Daar stoppen voorlopig de geursporen. Een terneergeslagen gevoel maakt zich van mij meester. Ik blijf pogen door de stroperigheid heen, mijn nieuwsgierigheid en verlangen naar aanwijzingen voedt mijn vasthoudendheid. In mijn ooghoek zie ik Han naar me kijken. Hij is net uit zijn bed gerold en kijkt me toch al stralend aan. ‘Hoe is het Dink? Lekker bezig?’ Ik slaak een zucht en vertel waar ik in zit. ‘Het is verschrikkelijk wat ik vind, wat een benauwdheid en wat een verdriet. Ik kom niet verder, ik loop helemaal vast en weet niet of ik hier verder nog wel zin in heb.’ Ik vertel hem over mijn speurwerk. Ik weet dat het belangrijk is om de vrouwen op rij in beeld te hebben, het is een belangrijke stap onderweg. Ik weet dat het me zal brengen bij de verhouding tussen de mannen en vrouwen uit mijn achtergrond en ook dat het me een inkijk zal geven in mijn innerlijke balans tussen het mannelijke en vrouwelijke. Daarnaast worstel ik al jaren met een terugkerend thema, waarbij ik voel dat ik als ik ga staan voor wat ik denk, vind en voel mijn kop er af gaat. Ik heb hierin al verschillende ontdekkingen gedaan, heb vorige levens voorbij zien schuiven waarin ik een hoge prijs had betaald met kleur bekennen. De belemmering in mijzelf was al veel minder sterk geworden en toch speelt het nog met enige regelmaat op. Ook nu weer bevind ik mij in een fase in mijn leven waarin ik uitgedaagd wordt mijzelf te laten zien in mijn visie en in mijn ware kleur. Ons gesprek hierover helpt me om het even te laten rusten en we gaan ontbijten. Na het ontbijt stelt Han voor om aan het werk te gaan met de vrouwenlijnen. Ik vind het een fijn voorstel. We besluiten te werken met steentjes. Rondom het huis liggen overal verzamelingen gevonden steentjes van het strand of uit de bergen achter ons. Zelf hebben we ook al een bijdrage geleverd aan de uitbreiding van de collecties bij het huis. Ik vind dan ook voldoende steentjes voor twee keer een rij van zeven vrouwen. Intuïtief pak ik er wat extra, ik wil immers wel kunnen kiezen. ‘Met welke lijn wil je beginnen, Dink?’ Han stelt zijn eerste vraag. Ik aarzel. ‘Die lijn achter mijn vader was het eerst gevuld, dus zullen we daar maar beginnen?’ Han staart voor zich uit en zijn stilte voedt mijn twijfel. ‘Of toch,….ik weet het niet.’ Begin maar met je moederslijn stelt Han voor. Opgelucht over het bepalen van de richting kies ik als eerste een steentje voor mijzelf. Een mooi rozerood steentje in een vage hartjesvorm die ik gisteren al zittend in de branding door mijn handen voelde spoelen. Toen ik hem Han had laten zien en vertelde dat ik weer een hartje had gevonden, glimlachte hij om mijn ruime interpretatie van een hartjesvorm. Het is precies het goede steentje voor de opstelling van nu, voel ik. Ook voor de generaties achter mijzelf, mijn moeder, mijn oma, overgroot oma, betover grootoma, oudoma en mijn oudgrootoma kies ik met aandacht een steentje en leg ze in lijn achter mijn steentje. Ik overzie het geheel en voel of het klopt. Dan voel ik nog een actie opkomen. Ik kies een heel klein steentje met fijne tekeningen erop en leg dit bovenop mijn oma. Ik kijk op naar Han en zeg hem dat dit het is. Zeven generaties op rij. Hij vraagt of het ook zou kloppen voor mij om er in totaal tien neer te leggen. Mijn wenkbrauwen krullen zich omhoog. ‘Hoezo?’ ‘Ik weet het niet maar het voelt zo’. Ik besluit zijn impuls te volgen. Dit betekent een toevoeging van een oudovergrootoma, oudbetovergrootoma en de stamhoudster. Ik stem mij af en kies een steen voor mijn oudovergrootoma en voor de stamhoudster. Ik voel direct dat de plek daar tussenin een gat is. Op de een of andere manier kan ik geen steen kiezen voor mijn oudbetovergrootoma. Direct weet ik ook dat dit van betekenis is. Het werken in het ‘wetende veld’ heeft mij geleerd om alle ogenschijnlijke kleine waarnemingen serieus te nemen. Han ziet het ook. Hij vraagt mij wat daar is. ‘Ik weet het niet, ik voel alleen dat ik niet kan kiezen en voel een soort gat tussen ervoor en erna.’ Nemend dat dit belangrijke informatie is, kies ik dan toch ook een steen voor haar. Een kogelrond steentje dat Han uit de vloedlijn had gevist. Ik schuif wat achteruit in mijn stoel en overzie het palet voor mij op tafel. Ik volg de bewegingen van mijn ogen en let op de aanduidingen in mijn lijf. Ik voel dat ik er in zit. Hierna ontrolt zich een vloeiend samenspel, waarbij Han en ik afwisselend leiden en volgen om de informatie uit deze constellatie zichtbaar te maken. Ik zie dat Han ook ingeplugd is in een andere werkelijkheid en ik ben nieuwsgierig welk beweging zich gaat laten zien. Ik open mijzelf voor de informatie via mijn ancestors. Mijn aandacht gaat als vanzelf naar de plek voor de stamhoudster, daar waar ik het gat voel. Ik adem in, sluit mijn ogen en zie een enorme zwarte wolk opkomen. Het zwart is alom en pikdonker. Ik krijg beelden van een kelder en voel de koelte en het vocht. Het is een beeld wat ik al meerdere malen heb gezien en ervaren, in een regressie-sessie en in dromen. Onder andere een paar maanden geleden toen ik wakker werd uit een nare droom met een stekende pijn in mijn linker onderarm. Het voelde alsof er een pin in mijn arm was geslagen, waarmee ik was vastgezet. Beelden van een kelder, donker en angst vulde mijn droom. Ik wist dat het raakte aan heel oude herinneringen, ervaringen of op zijn minst boodschappen uit een ander tijdsbeeld. Het blijkt nu een puzzelstukje in het leggen van een groter plaatje. Wat het ook zijn, herinneringen uit vorige levens, beelden uit de grote akasha bibliotheek, informatie via mijn voorouders, het is niet relevant. Wat van betekenis is, is het feit dat het nu weer opduikt en blijkbaar een bijdrage kan leveren aan het beantwoorden van een actuele vraag in mijn leven.

Ik open mijn ogen en deel mijn beelden en gevoelens. Ik voel de resonantie van de informatie door mijn lijf vibreren. Een zucht geeft verlichting. Opnieuw overzie ik het gehele beeld van steentjes, representanten voor mijn voormoeders. Mijn aandacht wordt getrokken door het kleine steentje, liggend bovenop mijn oma. Han vraagt me of het oké is als hij wat experimenteert met dit steentje. Ik heb geen idee waar het voor staat, maar uitproberen lijkt me prima. Hij legt het steentje op allerlei plekken op de tafel, ik word er onrustig van en voel het belang van in het zicht houden. Zodra dreigt te verdwijnen dat ik het steentje nog kan zien word ik enorm misselijk. Ik neem de regie even over en geef het steentje een plek naast de vierde generatie achter mij. Het steentje lijkt de vier generaties inclusief mijzelf te overzien. Dat voelt rustig voor het moment. Het duurt slechts even want ik realiseer mij dat dit een bypass situatie oplevert die uiteindelijk niks nieuws gaat brengen. Han legt het steentje bij de stammoeder, dat is de plek waar het hoort om verder te kunnen doorgronden wat er speelt. Hiermee is ook mijn aandacht weer terug bij de stammoeder en haar dochter, die op de plek van het ‘gat’ is. Ik voel dat er veel beweging is vanuit de stammoeder naar haar dochter, ze duwt haar van zich af. Het is alsof ze niets te maken wil hebben met haar dochter. Dan legt Han een steentje naast de dochters plek, naast het oorspronkelijke gat. Ik raak even in verwarring. ‘Leg je nu een steen neer voor een vrouw uit mijn vaderslijn?’ ‘Nee, voel maar…..’ ‘Oh, het is haar man’ verzucht ik. Ik leg mijn hand op deze steen en sluit mijn ogen. Allerlei gevoelens dringen zich onmiddellijk op. Ik vind het vies om de steen vast te pakken. ‘Gatver, wat is dit? Het voelt echt smerig. Bah. Wat een slappe zak is dit zeg! Een sukkel’ Met allerlei krachttermen geef ik uitdrukking aan wat ik ervaar. Verder verkennen leert me inzien dat hier een man staat die onmachtig is tegen zijn schoonmoeder, hij is onder haar invloed. Het is ook een man die zijn vrouw op de een of andere manier heeft verraden. Dat is wat zo vies voelt. Zijn vrouw naast hem, weet van zijn onvermogen en toch blijft ze staan voor haar waarheid. In liefde kan ze het verraad van haar man accepteren. Het wegduwen door haar moeder is een ander verhaal. Dat doet haar echt pijn en verdriet. En toch ondanks dit verdriet hierover, blijft ze trouw aan zichzelf. In samenspraak met Han ontvouwt zich een verhaal over deze periode en over deze vrouw uit mijn geschiedenis. Het is een vrouw met een grote wijsheid. Haar omgeving doet vaak een beroep op haar en zij weet meestal raad. Ze heeft de functie van een genezeres, toveres, wijze vrouw of mogelijk werd ze heks genoemd door anderen. Haar man heeft haar gewaarschuwd te stoppen met deze praktijken. Hij werd bang, zij niet. Dit was haar opdracht in het leven en die nam ze trots op zich. Er dringen zich beelden op van mogelijke marteling of verwurging. Ze heeft in ieder geval een hoge prijs betaald voor het leven van haar waarheid. En in dit alles bleef zij in liefde staan. Liefde voor het grotere en liefde ook voor haar eigen taak op deze wereld. Het kleine steentje naast haar moeder, beweeg ik via haar, stap voor stap, langs alle vrouwen na haar. Zo komt het bij mij te liggen. Ik weet nu waar het voor staat, het is de ‘tovenarij’.

Andere beelden en gebeurtenissen passen nu feilloos in dit weten. Ongeveer anderhalf jaar geleden heb ik via mijn moeder een briefje met een gebedsspreuk gekregen. Mijn moeder heeft mij altijd veel verteld over haar verleden en haar familieleden. Eén van de terugkerende verhalen ging over haar oma uit Zevenaar. Zij was in de Liemers bekend om het kunnen ‘bespreken’ van dieren. Dit bespreken werd ook wel ‘strijken’ genoemd. Mijn overgroot oma werd gevraagd bij zieke dieren te komen. Koeien en paarden waren het meest door haar behandeld. Zij werkte dan met haar gebedsspreuk en handoplegging en kon zo kolieken en andere aandoeningen genezen of wegnemen. Het gebedje was in handen van een neef van mijn moeder en mijn moeder heeft hem meermaals gevraagd of zij het kon krijgen. Uiteindelijk heeft hij het haar gegeven. Mijn moeder had het al enige tijd in haar bezit en had mij verteld dat zij wist dat het voor mij bestemd was. Het was aan mij om het moment te kiezen waarop ik het wilde ontvangen. Mijn moeder herinnerde mij er regelmatig aan en vroeg dan of ik het al mee wilde nemen. Het was een paar keer nee. Toen op een dag voelde ik dat het moment gekomen was om het symbolische cadeau te aanvaarden. Ik kreeg het mee in een zwart, zacht, stoffen etuitje met een drukknoop. Eén heel oud, verbleekt handgeschreven gebedje, met potlood geschreven op dun papier en een beter leesbaar exemplaar, geschreven in hetzelfde handschrift met rode pen. Ik weet niet wie het geschreven heeft. Was het de neef van mijn moeder in opdracht van zijn oma, of schreef zij het zelf? Het lijkt mij een vrouwenhandschrift, was zij het toch? De tekst is opgedeeld in drie onderdelen: strijken, wond bespreken en bloed bespreken. Onder elk kopje staan wat regels van gebed. Helemaal onderaan op de achterkant van de papiertjes staat geschreven: driemaal. Het getal drie neemt op de een of andere wijze een centrale rol in. Drie fases van gebed en het totaal driemaal herhalen. Ik weet nog niet exact wat de bedoeling van dit symbolisch bezit is voor mij. Ik voel de kracht van het ontvangen van de gift en het valt naadloos samen met de opstelling in Cyprus. Ook waardeer ik de inspanning die mijn moeder heeft gedaan en het volgen van haar intuïtie om het aan mij te ‘moeten’ geven. Dit is voor mij heel betekenisvol. Ik voel dat het van belang is en heb geen idee waarom. Mijn moeder zei iets over dat het past omdat ik met van die spirituele dingen bezig ben en dat was het voor dat moment. Ik heb het etuitje een speciale plek gegeven in mijn huis, omgeven door mooie spulletjes, relikwieën van reizen, steentjes, veren etc. 

Het lijkt alsof er eerdere aanwijzingen zijn geweest naar mijn voormoeders en deze bijzondere kracht. Als kind durfde ik niet te gaan slapen, ik zag dan een tornado van kleuren waar ik in meegezogen werd. Ik was daar bang voor en durfde mezelf er niet aan over te geven. Ik ging mijn bed uit met smoesje en vertelde om onduidelijke redenen nooit wat er aan de hand was. Mijn moeder werd radeloos dat ik nooit wilde gaan slapen, werd er onmachtig en boos van. Na jaren en jaren van herhaald uit bed komen, knalde mijn moeder een keer enorm uit haar vel. Vanaf dat moment ben ik niet meer uit bed gekomen, inslapen deed ik nog altijd moeizaam. Vanaf mijn pubertijd is dit veranderd. Waarschijnlijk heb ik toen het kanaal afgesloten en sliep rustig in. Op het moment dat ik moeder werd van mijn oudste zoon kreeg ik gespiegeld wat ik zelf had meegemaakt. Hij wilde nooit inslapen, was bang, huilde en lag wakker. Uren heb ik doorgebracht in zijn nabijheid. Eindeloos zong zijn vader dezelfde liedjes, een kerstliedje was favoriet. We lieten het huis energetisch reinigen, plaatste blokjes tegen aardstralen, gaven hem homeopathische druppels, plaatsten zout tegen entiteiten, brachten hem in contact met mensen die paranormaal waren en zo kan ik deze lijst nog wel verder uitbreiden. Belangrijkste boodschap die ik heb genomen is dat hij mij terugbracht naar het kanaal wat ik had afgesloten in mijn pubertijd. Nu is hij zelf jongvolwassene en wil niets weten van zijn, noem het paranormale bewustzijn. Ik laat hem, in het vertrouwen dat als hij eraan toe is het zich ook aan hem weer zal tonen.

Verschillende malen hebben mensen mij verteld dat ze voelde dat mijn handen iets uitstraalden. Ze vroegen me dan of ik mijn handen op hen wilde leggen ter verlichting van een pijntje of zo. Ook mijn kinderen heb ik zo regelmatig iets kunnen geven als ze ziek waren of pijnlijk gevallen of gestoten.

Een robuuste arts uit Noord-Brabant riep toen ik daar op consult was met mijn zonen dat we een nest HSP’ers waren. In dat moment moest ik even schakelen, ik glimlachte toen ik me realiseerde wat hij zei: ‘oh hoog sensitief’. Ik heb van oudsher een afkeer van allerlei etiketten dus ook met dit gegeven deed ik verder niet zoveel. Ja, ik las erover, herkende mijzelf en mijn zonen in het een en ander en besloot het verder te laten. Daarna heb ik op andere manieren wel moeten leren hoe ik beter bij mijzelf kan blijven, zonder me te hoeven afschermen voor de indrukken en gevoelens om mij heen van anderen en ik wist dan ook wel waar dat mee te maken had.

Tijdens een intuïtieve training ontdekte ik dat de zaken die ik aanvoelde kwamen uit een helder weten. De trainer van de cursus legde mij uit dat dit de lastigste vorm is van intuïtie, omdat je het minst tastbaar kunt maken wat je weet. Iemand die iets helder ziet, of hoort kan nog een beschrijving geven wat dat wat hij ziet of hoort. Mijn variant reikt niet verder dan dat ik het ‘gewoon weet’. Als ik een vraag kreeg met: ‘Hoe weet jij dat?’ dan zei ik ‘ah joh ik zeg ook maar wat, kijk maar of er iets raakt’. In de loop der jaren heb ik geleerd om mijzelf hier meer in te vertrouwen. Ik voel me vrijer om mezelf toe te staan dat ik iets weet. Door regelmatig en zo objectief mogelijk waar te nemen bij de ander is dit ook steeds meer bevestigd en daarmee verstevigd in mijzelf.

Ooit tijdens een coachsessie, zag ik mijzelf in een soort godinnenjurk op een hoge troon. Ik voelde mij op die plek eenzaam en onbegrepen en kwam van mijn plek af. Ik daalde af van ‘mijn zetel’ omdat ik zo graag contact wilde. Het was een grote desillusie, want ook op die plek voelde ik mij eenzaam. Het beeld zoals het zich aan mij liet zien was op dat moment erg behulpzaam. Ik was in een fase van mijn leven waarin ik twijfelde over de te nemen richting in mijn werk. Ik voelde me regelmatig onbegrepen, niet gezien en liet me daar naar mijn eigen gevoel te veel door leiden. Door dit inzicht leerde ik dat ik had te verduren dat het trouw blijven aan mezelf vaak een eenzaam gevoel geeft. Echter ik leerde ook het verschil maken tussen alleen zijn, en me eenzaam voelen. In het woord Al-een zit immers besloten dat we allemaal verbonden zijn, we zijn al-een.

Wat een rode draad is in al dit soort aanwijzingen op mijn pad, is het feit dat ik altijd een enorme behoefte voelde om het nuchter te benaderen. Sterker nog ik had een mechanisme van bagatelliseren ontwikkeld. Nu zoveel jaar later kan het zich meer en meer ontsluiten. Ik sta werkelijk stevig met mijn voeten in de modder en met mijn hoofd in de wolken. Ik heb geleerd via mijn lijf de hemel en de aarde te verbinden en voel steeds meer de natuurlijkheid van dit contact. Terug naar mijn voormoeders begrijp ik ook meer waar het zinnetje vandaan komt, dat me al jaren achtervolgt: ‘als ik ga staan, dan gaat mijn kop eraf’. Relativeren, bedekken en verstoppen van alles wat maar zou kunnen lijken op tovenarij was van levensbelang geworden.

De stenen van Cyprus hebben me nog meer te vertellen. Han vraagt me of ik weet hoe ze heet, mijn voormoeder op de plek van het energetisch gat. Uit mijn onderzoek via het web heb ik dit niet kunnen achterhalen en toch plopt er direct een naam op. Ze heet Isolde en er is een sterke band met Duitsland, zeg ik. Geen idee waar dit vandaan komt. Isolde? De naam uitsprekend maakt dat ik weet dat het klopt. Zodra mijn hoofd mee gaat doen komen er andere stemmen en ik moet denken aan Tristan en Isolde een oud liefdesverhaal, een opera van Wagner, flarden die linken aan deze naam. Ik focus me weer op de plek en de steen van Isolde. Ze wordt naar haar man gedraaid en hij naar haar. Ze kijken naar elkaar. De liefde is voelbaar en het verraad ook. Haar man werpt een snelle blik naar zijn schoonmoeder, zij kijkt nieuwsgierig toe. In de uitwisseling tussen man en vrouw gebeurt veel. Isolde knikt dat ze weet heeft van zijn beweegredenen om haar te verraden. Hij was niet bestand tegen de krachten uit zijn omgeving. Hij is al lang vergeven door haar. Dan is het tijd voor Isolde om haar moeder aan te kijken. Voorzichtig zoekt ze toenadering. Haar moeder is milder nu en ziet haar dochter. De impuls om haar weg te duwen ebt langzaam weg. Isolde kijkt in de richting van haar vader, daar voelt ze een sterke connectie. Hij ziet haar in alles wat er is. Langzaamaan ontdooit de stammoeder, er komt weer een stroom van liefde op gang. In de driehoek tussen Isolde en haar beide ouders wordt veel uitgewisseld. Oude beelden transformeren zich in de liefdesstroom en worden zo herboren. Nieuwe beelden krijgen ruimte om gezien te worden. De innerlijke trots van Isolde wordt nu gespiegeld in de ogen van haar ouders, ze kan haar plek volledig in nemen en draait zich terug in de rij met haar neus naar de toekomst. De dochter van Isolde heeft ook haar plek in de rij, alhoewel duidelijk is dat zij niet opgegroeid is binnen deze familie. Haar leven speelde zich elders af en toch hoort ze erbij. Haar steentje is mooi, maar erg gekrast en beschadigt door de omstandigheden. Ik overzie het geheel en herken de patronen. Ook het driehoekje tussen mijzelf en mijn ouders laat overeenkomsten zien in de patronen. Mijn moeder die mijn vader mist als partner in een emotionele ondersteuning van haar als vrouw. Mijn vader die het moeilijk vindt om écht contact te maken met mij. Mijn moeder die graag een bondje met mij wilde sluiten tegen mijn vader en alle andere mannen. Loyaliteiten die steeds verschuiven en mijn zoektocht daarin. Beetje bij beetje voel ik de ruimte en de erkenning die er nu komt om mijn eigen keuzes te eren. In mijn scheiding heb ik gevoeld dat de cirkel van mijn huwelijk rond was en daarnaast voelde ik dat een veel grotere cyclus ook afgerond mocht worden. Met deze opstelling op tafel wordt dit verder in beeld gebracht. Ik slaak een diepe zucht en voel een enorme rust door mijn lijf stromen.

In de uren na de opstelling komen er nog diverse beelden op. Ik word meegevoerd naar donkere tijden. Het gaat over heksen en tovenarij. Ik duik achter mijn laptop en verifieer wat tijden en gebeurtenissen uit de historie en kom op interessante gebieden. Ook kom ik zo fascinerende personen tegen die in mijn beleving niet toevallig voorbijkomen. Dit is voor een ander moment om uit te zoeken. Inzichten over de patronen in mijn bloedlijnen sijpelen mijn bewustzijn binnen. Mijn voormoeders die de gevoelde afwezigheid van hun mannen beantwoorden met het diskwalificeren van mannen. Ze maakte zich sterk en groot als een ultiem overlevingsmechanisme. Er was weinig ruimte meer voor de mannen. Het vervormen in de vrouwen van hun eigen innerlijke mannelijkheid, zorgde voor een disbalans met het vrouwelijke in hen. Dit werd gespiegeld aan de buitenkant, in hun relaties met hun mannen. Ik voel de noodzaak om deze balans in mijzelf te herstellen. Ik weet ook dat ik hierin de afgelopen jaren stappen heb gezet en ik weet dat ik er nog niet ben. Voorzichtig ontsluiert mijn innerlijke vrouw zich. Ik leer haar kennen in haar sensualiteit en ze toont zich steeds vaker als een mooie koningin. Enkele dagen later, tegen het einde van een heerlijke tijd op Cyprus, zit ik in mijn eentje te mediteren op een rots aan zee. Mijn gedachtes en stemmingen worden meegevoerd door de golven die af en aan rollen. Steeds dieper zak ik in mijzelf weg. Ik maak contact met Isolde en ze is er. Ik weet dat ze me nog meer te zeggen heeft. Waarschijnlijk wordt mijn geduld op de proef gesteld de komende tijd. In de golfslag en het ruisen van de zee, welt er in mij ineens het besef op, dat ik in de hele rij vrouwen achter mij, de eerste ben die geen dochter(s) heeft gekregen. Ik open mijn ogen en er komt niets anders uit dan ‘what the fuck, what the fuck, what the fuck’! Ik roep het meermaals en hardop. Ik ben blij dat ik helemaal alleen ben en glimlach om mijn eigen kreten die ik via mijn zonen heb overgenomen. Het is direct einde meditatie. De koningin in mij vloekte even weinig ‘koninklijk’. Het is weer een belangrijke aanwijzing weet ik, de precieze betekenis laat zich nog niet zien. Ik pak mijn flesje water en klauter over de rotsen terug omhoog naar het pad. Er is nog veel te ontdekken. Terug bij de villa duik ik direct in het zwembad. Het water spoelt alle zoute stromen weg. Dobberend op mijn rug komt er een zin op: ‘stand for your grant’ of is het ‘stand for your grand?’ Of toch ‘stand your ground?’ Alle varianten en hun vrije vertalingen geven mij dezelfde hint. Het is tijd om te gaan staan en mezelf te laten zien.